Als je hoort dat er sprake is van een melanoom, komt vaak ook de term stadium melanoom voorbij. Dat kan ingewikkeld klinken, maar het betekent eigenlijk iets eenvoudigs: hoe ver de ziekte zich in het lichaam heeft ontwikkeld.
Om dat te bepalen gebruiken artsen wereldwijd het TNM-systeem. Daarbij kijken ze naar drie dingen:
T – Tumor
Hoe groot of dik is het melanoom en hoe diep is het in de huid gegroeid?
N – Nodes (lymfeklieren)
Zijn er kankercellen gevonden in lymfeklieren in de buurt van het melanoom?
M – Metastasen (uitzaaiingen)
Zijn er uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam?
De combinatie van deze drie onderdelen bepaalt uiteindelijk het stadium van het melanoom. Dat stadium wordt aangegeven met Romeinse cijfers van 0 tot en met IV.
Dat kan veel informatie zijn, zeker als je nog midden in onderzoeken zit. Vaak wordt stap voor stap duidelijker wat er aan de hand is.